|
Vijftien miljoen mensen
over de hele wereld zijn via computernetwerk Internet met
elkaar verbonden. Ze kunnen filmrecensies opzoeken,
bibliotheken raadplegen, maar ook recepten uitwisselen en
gesprekken voeren. Internet biedt een eigen wondere
wereld, een nieuwe maatschappij zonder regels en wetten.
Nu ook in Nederland KENNISMAKEN MET Internet veroorzaakt een
merkwaardige sensatie. Zo’n gevoel dat zich van je
meester maakt als je voor het eerst de St Pieter in Rome
betreedt of een bezoek brengt aan de Niagara-watervallen.
Alleen is het bij Internet niet de pracht en praal of het
natuurschoon dat imponeert, maar de overdonderende hoeveelheid
informatie en mogelijkheden.
Het grote voordeel van
Internet ten opzichte van andere wereldwonderen is bovendien
dat je er niet voor op reis hoeft. Grasduinen in Internet, is
de wereld bereizen van achter een toetsenbord.
Internet is 's werelds
grootste computernetwerk, met ruim een miljoen aansluitingen.
Deze `moeder aller netwerken' strekt zich als een spinnenweb uit
over alle continenten - Antarctica incluis - en verbindt
onderzoekscentra, universiteiten, bibliotheken, bedrijven,
scholen en particulieren met elkaar.
Het resultaat is een
soort elektronische samenleving die niet alleen een schat aan
informatie herbergt, maar ook intensief contact mogelijk maakt
tussen naar schatting vijftien miljoen mensen.
De Amerikanen Tracy
LaQuey en Jeanne C. Ryer bijvoorbeeld, schreven samen binnen
acht weken het tweehonderd pagina's tellende handboek The
Internet Companion. De schrijfsters wonen bijna drieduizend
kilometer van elkaar verwijderd en hebben elkaar nog nooit
ontmoet. Alle informatie vergaarden ze binnen Internet. Hun
kopij wisselden ze uit via elektronische post.
Ze verhalen onder meer over de rol die het
computernetwerk vervulde ten tijde van de
augustuscoup in de Sovjet-Unie (1991).
De putchisten censureerden de media, maar
zagen de computer- verbinding over het
hoofd. |

archief pagina The Internet
Companion |
Russische gebruikers, aangesloten via vierhonderd
organisaties, konden op die manier door gebruikers uit andere
delen van de wereld, waaronder het televisiestation CNN en het
persbureau AP, op de hoogte worden gehouden van berichten die
buiten de Sovjet-Unie bekend werden gemaakt.
Eind jaren zestig werd
de eerste aanzet tot het net gegeven door het Amerikaanse
ministerie van Defensie. De militairen hadden voor hun
onderzoek en gegevensuitwisseling behoefte aan computers die
door het hele land verspreid stonden.
Aanvankelijk was de
toepassing strikt militair, maar in de loop der jaren kregen
steeds meer civiele wetenschappers toegang tot de
communicatiemogelijkheden. Het net werd door hen gebruikt als
tussenverbinding om plaatselijke netwerken over grote afstanden
aan elkaar te koppelen. Deze toepassing (interconnection)
bezorgde het netwerk haar huidige naam.
In de jaren tachtig
groeide het aantal aansluitingen, maar pas de laatste tijd neemt
het explosief toe. In 1981 waren er nog maar 213 computers via
Internet verbonden, in 1989 tachtigduizend en nu dus meer dan
een miljoen. De manier van groeien vertoont sterke overeenkomst
met die van een organisme, in steeds kortere perioden verdubbelt
de omvang. Iedere computer die `aan het net wordt gehangen',
kan op zijn beurt namelijk weer andere computers aansluiten.
| Het grappige en tevens
spannende van Internet is dat eigenlijk niemand, maar
tegelijkertijd iedereen, het bezit. Of zoals Felipe Rodriguez,
systeembeheerder van het computerblad Hack-Tic, het zegt: `Er
bestaat niet zoiets als een Internet-politie. Het is een
gigantisch samenwerkingsverband waarbij gebruikers zelf bepalen
wat er wel of niet op het net komt. Een tijd geleden
bijvoorbeeld, verscheen er plots een groep rechts-extremisten
die documenten begon te verspreiden over rassentheorieën en
dergelijke. Dat lokte wereldwijd een golf van protest uit.' |
 |
Niet alleen kregen de
extremisten duizenden boze berichten op hun dak, sommige
gebruikers overspoelden hen ook bewust met informatie om ze het
zwijgen op te leggen. Zo werden tientallen malen per dag grote
bestanden, bijvoorbeeld de integrale computerversie van de
Bijbel, naar de bronnen van het kwaad verstuurd. Met als gevolg
dat de computers van de racisten op tilt sloegen.
`Sindsdien vernemen we
nooit meer iets van ze.' De groep computerkrakers die zich
verzameld heeft rond het tijdschrift Hack-Tic stelt vanaf
vandaag Internet ter beschikking aan iedere computerbezitter in
Nederland. Wie met modem, communicatieprogramma en de Engelse
taal overweg kan, heeft daarmee na betaling van abonnementsgeld
toegang tot de rest van de wereld. En dat tegen binnenlandse
gesprekskosten.
Het credo van
Internetgebruikers is immers `dial locally, act globally' (bel
lokaal, handel wereldwijd). In tegenstelling tot veel andere
landen, konden in Nederland tot nu toe alleen wetenschappers en
andere professionele gebruikers in het net rondreizen.
HackTic heeft dat
monopolie doorbroken door zelf een legale aansluiting met het
net te financieren. `Wij willen nu iedereen laten zien waar het
ons als hackers al die jaren om te doen is geweest.
Computerkraken was namelijk meestal het enige middel om toegang
te krijgen tot deze mogelijkheden', legt Hack-Tic-woordvoerder
Rop Gonggrijp uit. In de Verenigde Staten is Internet reeds in
hoog tempo gemeengoed aan het worden. Tal van plaatselijke
informatiecentra en kleinschalige `elektronische prikborden'
zijn op het net aangesloten.
Ook het Witte Huis is
via het computernetwerk te bereiken. Niet alleen om president
Clinton een berichtje te kunnen sturen, maar ook om bijvoorbeeld
vanuit Nederland een blik in zijn (publieke) agenda te kunnen
werpen. Of om de begrotingsplannen te bestuderen.
Een probleem bij
Internet is vooralsnog dat het niet echt gebruiksvriendelijk
is. Het vereist het nodige doorzettingsvermogen om erin door te
dringen en de benodigde vaardigheden te verwerven. Sommigen
vergelijken het wel met leren fietsen: een relatief geringe
inspanning is nodig, maar het resultaat levert veel gemak op.
Hack-Tic wil de gebruiker daarbij wel een aantal hulpmiddelen
aanbieden, maar niet te veel.
`We zorgen er alleen
voor dat mensen gemakkelijk post kunnen versturen en discussies
kunnen volgen. Alle andere aanpassingen zouden het gebruik van
het net weliswaar vereenvoudigen, maar tegelijk ook beperken.
Bovendien willen we dat gebruikers zelf inzicht in de werking
krijgen, in plaats van dat we ze voortdurend aan de hand
rondleiden', aldus Gonggrijp.
Wie nu contact legt met
de computer van Hack-Tic krijgt aanvankelijk niet meer te zien
dan: %$. Voor een leek is dat niet echt bemoedigend. Intypen
van het woordje `gopher' blijkt echter al voldoende om de deur
naar de rest van de wereld te openen.
Gopher is een
menusysteem dat een deel van de op Internet verkrijgbare
informatie ontsluit. Het betekent dat er onder elkaar een
aantal genummerde interessegebieden worden opgesomd.
Bijvoorbeeld `kunst', `ontspanning' en `journalistieke
informatie'. De gebruiker kan daaruit een keuze maken.

Het maken van een
dergelijke algemene keuze levert weer een aantal nieuwe
-specifiekere - keuzemogelijkheden op. Soms biedt een dergelijk
menu toegang tot een catalogus, andere keren worden er complete
artikelen of zelfs boeken te voorschijn getoverd. Zo is
bijvoorbeeld Alice in Wonderland integraal via Internet
opvraagbaar.
Ook wordt er gratis
software aangeboden. Variërend van tekstverwerkers tot
programma's om de sterrenhemel te bestuderen. Of foto's,
afkomstig van bijvoorbeeld weersatellieten, en zelfs korte
filmpjes. Het intoetsen van de letter D is voldoende om
dergelijke informatie als bestand te transporteren naar de eigen
computer. Enige handigheid met computers is daarbij echter
onontbeerlijk. Zo worden, om transporttijd te besparen,
computerprogramma's meestal in gecomprimeerde vorm aangeleverd.
Die moeten `uitgepakt' worden om ze te kunnen gebruiken.
Teksten verschijnen echter direct op het scherm. Bijvoorbeeld
de notulen van kabinetsvergaderingen in de voormalige
Sovjet-Unie. Een database in Austin (Texas) die
Sovjet-archieven herbergt, is op Internet aangesloten. Opsommen
wat Internet te bieden heeft, is net zulk onbegonnen werk als
aan een Mars-mannetje uitleggen wat hij in Nederland kan
aantreffen.
Want het is beslist niet
allemaal wetenschap wat de klok slaat. Weliswaar kun je via
Internet gemakkelijk te weten komen waar en met welke kracht de
meest recente aardbeving is opgetreden, of welke activiteiten er
morgen op het zonne-oppervlak verwacht worden, maar je kunt er
ook filmrecensies in opzoeken.
Veel Internet-gebruikers
hebben er namelijk schik in, hun kennis en meningen (vooral dat
laatste) aan de rest van de wereld ter beschikking te stellen.
Dus zijn er mensen die
van elke film die ze zien een kritiek schrijven en op Internet
zetten. Of bijvoorbeeld recepten voor maaltijden. Intypen van
het woord `vegetarian' blijkt in de recepten-gopher voldoende om
een waslijst aan vegetarische gerechten voorgeschoteld te
krijgen. Tot en met vegetarische hondekoekjes.
Contact tussen
gebruikers geschiedt op verschillende manieren. Het is
natuurlijk mogelijk, aangesloten gebruikers persoonlijk een
berichtje te sturen dat hij of zij bij het eerstvolgende contact
met het netwerk te zien krijgt. Maar daarnaast kan er ook
direct `geconverseerd' worden. Deze laatste mogelijkheid is een
van de meest intrigerende verschijnselen van Internet. Normale
conversatie, eigenlijk dus het over en weer intypen van
zinnetjes, gebeurt via de Internet chatbox IRC, maar daarnaast
zijn er door computerfreaks speciale gebieden gecreëerd waar die
`gesprekken', chatten in computerjargon, worden gevoerd. Deze
zogeheten dungeons (kerkers) hebben vaak de vorm van een spel.
Je belandt dan bijvoorbeeld in (een beschrijving van) een
kasteel met tal van gangen en kamers. Met behulp van commando's
als `oost' en `west' kun je je door het gebouw verplaatsen en
steeds andere mensen tegenkomen.
Die `tegenspelers'
bevinden zich meestal in werkelijkheid in totaal andere delen
van de wereld. De reacties vliegen daarbij via de beschikbare
lijnen razendsnel over de aardbol. Wereldwijd wisselen soms
duizenden mensen tegelijk met elkaar van gedachten in een
dergelijke primitieve virtual reality.
Het is juist deze
mogelijkheid die onder netwerkgebruikers het idee van cyberspace
heeft doen ontstaan. Zij zien een computernetwerk als Internet
niet slechts als een kluwen koperdraadjes en glasvezelkabels,
maar als een nieuw onontgonnen territorium. Zoiets als de
anarchistische situatie die de pioniers in de vorige eeuw
aantroffen in het Wilde Westen: een gebied dat van `niemand'
is. Alleen hoef je om dit gebied te veroveren niet eerst alle
indianen uit te roeien.

Francisco van
Jole
Francisco van Jole,
zaterdag Volkskrant 01-05-93
Voor contact met
Internet via Hack-Tic is het volgende van belang. Benodigd zijn
een computer en een willekeurig communicatieprogramma dat
ingesteld is op parity Even, data bits 7, stop bits 1. Echter
geen Videotex-programma. Snelheden zijn mogelijk van 300 tot
14.400 baud. Het nummer van de Hack-Ticcomputer is 020-6902493
en 24 uur per dag bereikbaar. Aan de verbindingen met Internet
zijn naast de gewone gesprekstarieven ook abonnementskosten
verbonden van 25 gulden per maand (minimaal drie maanden).
Dat bedrag geeft recht op vijftien uur gebruik per maand.
Informatie over de betalingswijze verstrekt de
Hack-Tic-computer. Vanwege de wereldwijde drukte op het net
kunnen diensten soms `vol' en daardoor ontoegankelijk zijn.
Andere keren verloopt de verbinding traag en duurt het even
voordat een ingedrukte letter ook daadwerkelijk op het scherm
verschijnt. Voor de rest is het een kwestie van ongelimiteerd
uitproberen en ontdekken. Een gewone gebruiker is niet in staat
om per ongeluk schade aan te richten in het net.
Het in het
artikel genoemde handboek The Internet Companion, a beginner's
guide to global networking, is uitgegeven door AddisonWesley
($10.95). Via Internet zijn echter ook diverse handleidingen
direct op te vragen.

Op 1 mei 1993 ging XS4ALL, de
centrale machine van het HackTic-Netwerk, open voor
het publiek.
Die dag gebeurde er iets wat niemand voorzien had.
Om 7 uur 's avonds had de 500ste klant zich
aangemeld. HackTic had eigenlijk verwacht pas na een
half jaar 500 leden te hebben. Voor een deel was
deze aandacht te verklaren uit de publicatie van het
artikel 'Een werelddeel dat nog van niemand is' van
Fransisco van Jole in de Volkskrant van die dag.
Lees hoe het verder ging op :
http://www.xs4all.nl/5jaar/1mei93/
|
|